Home » Van wees tot vader van straatkinderen

Van wees tot vader van straatkinderen

Familie Martin december 2014

Cobus Martin is getrouwd met Eleshia. Samen leiden zij Tâmam Street children Ministry. Zij hebben twee zoons en veel kinderen van de straat. Terugkijkend vertelt Cobus hoe God hem voorbereidde op zijn roeping.

 

Zijn moeder overleed toen Cobus pas twee jaar oud was en zijn vader was alcoholist. Op de leeftijd van 10-11 jaar kwamen Cobus en zijn vier broers en drie zussen alleen te staan. Hij groeide op in een weeshuis. Daarom weet hij wat het betekent om alleen te zijn. Op zijn veertiende kwam Cobus in de pleegzorg.

“Als je opgroeit in een weeshuis, beschouwt iedereen je automatisch als een ‘probleemkind’. Ik leerde de mensen buiten de muren, de ‘dorpsjapies’, te haten. Ik nam bokslessen. Op een dag zag ik de politie een ‘zwarte’ molesteren. Ik dacht: ‘Dat is het, dat wil ik ook: mensen ongestraft in elkaar slaan.’ Ik had geen zin meer om naar school te gaan. Waarom zou ik nog studeren als ik toch bij de politie zou gaan?”

Op de politie-academie trad een gospelgroep op en er brak iets in Cobus. Hij ontving een groot verlangen om meer van en over God te leren. Op dat moment leefde Cobus in duisternis en deze ervaring confronteerde hem met alles wat hij deed: drinken, roken, clubs bezoeken. Hij voelde zich schuldig.

Cobus werd geplaatst bij de Special Guard en leerde iemand kennen met dezelfde levensloop, dit werd zijn boezemvriend. Drie maanden later besloten ze een bijeenkomst van de kerk bij te wonen. Die avond ontving Cobus de Heilige Geest. “God nam mij onder Zijn hoede. De haat verdween, ik begon mensen te vertrouwen en lief te hebben.”

Na zijn overplaatsing naar Stellenbosch begon zijn uitdaging om zijn werk als christelijke politieman te doen vlakbij de universiteit en uitgaansgelegenheden. De politie was zijn familie. Cobus dronk veel en nam risico’s. De ploegendiensten weekten hem los van de kerk. Drie maanden later werd Cobus gestationeerd in Robertson. Hier ontmoette hij Eleshia; zij nodigde hem uit om mee te gaan naar de kerk. “Daar kwam ik weer terug op Gods weg.”

“Mijn relatie met God verdiepte zich toen ik werd gedoopt. Ik begon aan een wonderbaarlijke reis toen ik de Heilige Geest in mij en door mij liet werken.

Al snel werd ik ingeschakeld om kampen te organiseren voor de politie waar deelnemers moreel gesterkt werden. Ik keek nooit meer terug. Wauw! Wat een ervaring gaf God mij toen ik deel mocht nemen aan de genezing van volwassen mannen en vrouwen, van een laag zelfbeeld tot het overwinnen van hun angsten en problemen. Cobus en Eleshia raakten ook betrokken bij de jeugd.

In 1997 begon Eleshia te werken voor de organisatie Straatwerk; ze raakten ‘gescheiden’. “Mijn toekomst begon toen ik ging bidden en Gods plan voor mijn leven wilde zoeken. Op dat moment was het politiekorps mijn zendingsveld. God bereidde mij er langzaam op voor dat ik de politie moest verlaten, als Hij mij zou roepen voor een andere taak. In mijn vrije weekenden reed ik van Robertson naar Straatwerk in Parow (160 km) om bij Eleshia in Kaapstad te zijn.”

“In de vierde maand van onze scheiding gebeurden er twee dingen: mijn liefde voor straatkinderen groeide en Eleshia vroeg om wat afstand tussen ons. Ik dacht dat zij het uit wilde maken, maar zij wilde ruimte om God te vragen of wij samen een toekomst zouden hebben.

Terug in Robertson begonnen twee weken van verwarring, verdriet en veel gebed en vasten. Dit werd het begin van Tâmam. Ik werd verscheurd tussen de liefde voor straatkinderen, die God me gegeven had, en mijn liefde voor Eleshia, die sterker was dan ooit.”

Cobus besloot de politie te verlaten en samen met Eleshia te gaan werken bij Straatwerk’s hulp voor straatkinderen. Er volgden een aantal goede jaren, waarin zij een relatie op konden bouwen met de straatkinderen. Langzaam maar zeker werden zij als een vader en een moeder voor een groep straatkinderen. “Na een aantal jaar voelden we dat God ons vroeg een stap in het geloof te maken, toen Hij ons leidde tot een eigen bediening.” Tâmam werd opgericht in 2003.

Vanaf het begin namen de Martins jongens in huis om hen een thuis, een opvoeding en een opleiding te geven. Dit groeide uit tot het eerste ‘Tâmam family home’. “Wij geloven in relaties en familie, daarom willen wij de straatkinderen een thuis bieden”, benadrukt Cobus.

Cobus startte een timmerbedrijf, zodat een aantal straatkinderen een timmermansopleiding kan volgen. In de jaren daarna haalde hij de benodigde diploma’s als timmerman en als leraar, zodat zijn leerlingen de opleiding nu afronden met een erkend diploma.

Terugkijkend blijkt dat God Cobus heeft gevormd tot de juiste man op de juiste plaats. Al zijn goede en slechte ervaringen maakten hem tot de man die hij nu is: een vader van veel straatkinderen.